Brief van H. van Galen Last van 10 april 1989 en citaat uit het In memoriam van Max Nord

 

 

Homs par 30770 Alzon 10 april 1989

 

Zeer geachte heer Bruning,

 

( )

 

Op begrip voor Uw ideeŽn in Uw strijd met Venema en instemming met Uw activiteit kunt U rekenen. Achteraf, Uw stuk gelezen hebbend - dat Coster van Voorhout mij nog voor mijn vertrek toestuurde - vind ik het ook goed dat U mijn raadgevingen niet hebt opgevolgd (raadgevingen zijn daar misschien ook voor). Iedere bestrijding van een gebrek aan onderscheidingsvermogen - en dat is toch wat U tegen Venema hebt ondernomen - lijkt mij van belang, te meer waar het gaat om een schrijver als Henri Bruning en de verhouding van Nederland tot de jaren '40-'45. Ik ben benieuwd welke reacties U zult krijgen, maar weest U verzekerd van mijn sympathie,

 

Met vriendelijke groeten, H. van Galen Last

 

 

Max Nord schreef voor Van Galen Last een in memoriam dat twee dagen later, op 12 april 1989, onder de kop "H. van Galen Last 1921-1989; Strijdlustig en bedachtzaam" in de NRC verscheen. De laatste alinea luidde:

 

Van Galen Last verzorgde de uitgave van de correspondentie tussen Menno ter Braak en E. du Perron, een arbeid waarin zijn verwantschap met deze schrijvers, zijn speurzin en eruditie tot hun volle recht zijn gekomen. Als essayist prikkelde hij tot nadenken en tegenspraak, tot ontdekking van interessante auteurs in Frankrijk, Engeland en Amerika, en tot herlezen. Wij zullen een boeiende, levendige en bij de geest van onze tijd betrokken schrijver moeten missen.

 

En uiteindelijk niet tevergeefs heeft Van Galen Last geprikkeld tot de herontdekking van een

auteur in Nederland.