Gelselaar, 5 februari 2002

 

De heer Martin van Amerongen

p/a De Groene Amsterdammer

postbus 353

1000 AJ Amsterdam

 

Geachte heer van Amerongen,

 

Nog niet zo lang geleden heeft u zich laten interviewen en bleek u als vanouds alert en critisch. Daarop is mijn hoop gebaseerd, dat u aan mijn kwestie aandacht zult kunnen en willen geven. Mocht u er toch physiek of psychisch moeite mee hebben, dan laat u heel deze brief met de bijgevoegde tekst maar snel uit uw hoofd en in de papierversnipperaar verdwijnen.

 

      Hierbij een tekst met als titel: “Ook een vorm van ‘verzet via schijnbare collaboratie’?” (17 bladzijden)

 

      Mijn verzoek aan u is of u

      ofwel deze tekst in De Groene Amsterdammer wilt publiceren, bijvoorbeeld als een soort vervolg op het artikel over Henri Bruning van Robbert Bodegraven van een tiental jaren geleden,

      ofwel, wanneer u zich daartoe uit overtuiging gedreven voelt, bij deze tekst een instemmend voorwoord wilt schrijven, waardoor een uitgever er vanzelf geen probleem mee zal hebben het uit te geven. Uw voorwoord zou de angel uit deze netelige kwestie kunnen halen.

 

      Mijn overtuiging is dat leugen en bedrog bepaalde groepen korte termijn-voordelen kunnen opleveren, maar de mensheid op de lange termijn naar de ondergang voeren, en dat waarheid en eerlijkheid op de lange termijn het enige redmiddel zijn voor de wereld en daarmee ook voor de afzonderlijke groepen waaruit de mensheid - tot op heden - is samenge­steld.

 

      De onverzoenlijkheid van Victor van Vriesland uit 1954 was, zover ik het zie, blijkens mijn tekst - maar voor u, denk ik, ook zonder die tekst - een reactie op iets, dat eigenlijk alleen voor een tegengestelde reactie in aanmerking was gekomen. Tegen de gevolgen, zij het niet zozeer op het physieke als wel op het psychische vlak, van de omkering die Van Vriesland heeft bewerkstelligd, heeft Abel Herzberg direct in 1954 volgens mij met een bijzonder vooruitziende blik gewaarschuwd:

“Want de onverzoenlijkheid biedt geen waarborg dat wij niet als geheel genomen, in dezelfde heilloze ellende vervallen die ons is aangedaan.”

Is het geen tijd dit, bijvoorbeeld op de hier voorgestelde wijze, alsnog recht te zetten?