Beroep op prof. dr. J.C.H. Blom,

directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie

 

Professor doctor J.C.H. Blom, op u als gepromoveerd historicus, als hoogleraar in de geschiedenis, als directeur van het NIOD en op u als mens doe ik een beroep u een louter geschiedkundig, dus geen politiek of moreel, oordeel te vormen - en mij dit schriftelijk ter kennis te brengen - over de betrouwbaarheid van mijn bewijsmateriaal en van mijn daarop gebaseerde argumentatie, door mij naar voren gebracht in mijn artikel “Een keitje van David” en vervolgens over de juistheid van de beide daarop door mij gebaseerde conclusies vermeld in de paragraaf “conclusies bij voorbaat”.

Deze beide conclusies luiden:

 

1. Lieden als Henri Bruning, Ernst Voorhoeve en Ernest Michel hebben zich in november 1940 bij de NSB aangesloten en aldus voor de collaboratie besloten o.a. om de volgende, voor hen zeer belangrijke reden: zij wilden de joden in Nederland het leed besparen, dat hen van dan af en met name bij een Duitse overwinning te wachten zou kunnen staan. Dat wilden zij gedurende heel de toen onafzienbare periode dat de Duitsers na die door hen verwachte overwinning in Nederland de eigenlijke machthebbers zouden zijn. Bruning heeft daar op drie manieren met alle wensbare duidelijkheid blijk van gegeven.

2. Het was niet minder een belangrijke doelstelling van Musserts politiek jegens de bezetter.

 

     Wanneer u het met mijn beide eerste conclusies uit “conclusies bij voorbaat” niet eens kunt zijn, dan verzoek ik u bovendien vriendelijk, mij precies aan te willen geven op grond van welke gegevens en van welke overwegingen u het met mijn betoog niet eens kunt zijn, kortom mijn betoog dan te weerleggen, of anders mij mee te delen, op grond waarvan u mij en mijn betoog niet serieus wenst te nemen of kunt nemen.

24 mei 2004

Raymund Bruning

 

De teksten van “Een keitje van David”, “conclusies bij voorbaat” en van de correspondentie uit 1997, 1998 en 2004 tussen professor J.C.H. Blom en ondergetekende, vindt u op Henri Bruning vergeten?!

 

 

 

 

Dit is het beroep, dat ik op professor Blom deed in mijn brief van 24 mei 2004. In zijn antwoord van 2 juni 2004 wees Blom het af met de woorden

“Ik zal op dat beroep niet ingaan. (...) Uw brief maakt anderzijds ook duidelijk dat aan Uw zijde (tenminste mede) rehabilitatie van Uw vader een doel is van Uw beroep op mij. Ik voel er niets voor met dat doel onderzoek te doen.”

Wel verzekerde hij daarbij:

“Maatschappelijke vraag kan wel het onderwerp van ons onderzoek (mede) bepalen. Maar daarbij blijven wij ons als instituut op de kennis en het inzicht richten.”

 

oproep aan de lezer

 

Met deze verzekering schijnt Blom een mogelijkheid open te laten om op zijn weigering terug te komen.

Het is namelijk mogelijk, dat u na lezing van het voorgaande, maar met name na lezing van de tekst met de titel “beroep op professor Blom – oproep aan de lezer” en van het tweede artikel van Henri Bruning  vergeten?!, getiteld ‘Een keitje van David’ van oordeel bent, dat de directeur van het NIOD er vanwege het historisch en/of maatschappelijk belang toch goed aan zou doen aan mijn beroep gehoor te geven. In dat geval zou u mij dan schriftelijk uw steun kunnen betuigen. Wanneer een voldoende aantal lezers dit zal doen, zal professor Blom dit beroep daardoor wellicht op een gegeven moment als een maatschappelijke vraag gaan beschouwen en dan alsnog ertoe overgaan de verzoeken die ik hem in dat beroep doe, te honoreren.

Wanneer u de bij aanklikken verschijnende steunbetuiging invult, deze vervolgens print en aan mij opzend (R. Bruning  Diepenheimseweg 15  7275 AP  Gelselaar), zal ik professor Blom van het aantal binnengekomen steunbetuigingen op de hoogte houden, hem de exemplaren t.z.t. doen toekomen en u op deze plaats van dat aantal in kennis blijven stellen.

Maak, om de kans van slagen te vergroten, ook anderen op deze website attent, bijvoorbeeld door overhandiging van een oningevuld exemplaar van de steunbetuiging.

 

Gelselaar, 1 november 2004

Raymund Bruning

 

beroep op professor dr. Blom oproep aan de lezer

 

terug naar de openingspagina