Terug naar bronnen over zijn leven
vorige bladzijde



van der Made, een vriend van me en een jong, veelbelovend romanschrijver met wie ik via mijn boek "Verworpen Christendom" in contact was gekomen en die na [het uitbreken van RB] de oorlog bij de SS was gegaan, kwam op een dag in Wassenaar bij ons op bezoek, behoorlijk geschokt of moet ik zeggen: geheel ontredderd. Toen we alleen waren, zei hij: "Henri, wij worden door de duitsers bedrogen. Wat moeten we doen. Ik heb een landkaart onder ogen gehad waarop stond aangegeven wat de duitsers voornemens zijn met ons land te doen. De noordelijke provincies (3/5 van Nederland) worden ontruimd en de bevolking wordt gedeporteerd naar de russische grens (Finland?); en de zuidelijke provincies mogen met Vlaanderen een staatje worden." Op dat moment begon ik de duitsers werkelijk te háten. Wat ik verwacht had, dát niet. Toen deed Van der Made een voorstel of opperde een plan, dat ook mij het enige leek dat we doen konden. Kort gezegd kwam dat hierop neer: de Ned.SS was de enige macht die dat duitse plan zou kunnen verijdelen. Dáár moest een groep geformeerd worden die zich tegen die duitse plannen met kracht zou verzetten. Dat was niet uitgesloten. De SS wilde wel op de een of andere manier aansluiting bij het groot-duitse rijk, maar een deportatie van het eigen volk naar de grensgebieden van Rusland moest ook voor talrijke SSers een weerzinwekkende, onmenselijke geschiedenis zijn. Daarop stelde hij me voor dat ik "begunstigend lid" van de SS zou worden = deel te nemen aan de (te vormen) samenzwering tegen die barbaarse plannen. Maar, zei ik, is dat niet een beetje verdacht: tenslotte heb ik bij herhaling te kennen gegeven dat ik niets van de SS moest hebben. "Het is te proberen. Het moet minstens geprobéérd worden. Tenslotte zijn er slechts twee SS-ers noodzakelijk om je als "begunstigend lid" voor te dragen en die twee zijn niet moeilijk te vinden: één ervan ben ikzelf.". - Nu, probeer dat dan, antwoordde ik. Enkele maanden later - september 1944! - was ik ingeschreven.41 klik voor noten
     Kort daarop moesten wij uit Wassenaar weg (evacueren naar het Oosten van ons land) en was ik van de SS practisch af. Van der Made vertrok naar het front: "Als de duitsers deze oorlog verliezen, vecht ik me dóód (dan wil ik sneuvelen); ik wil in ieder geval niet terug in die wereld van vóór de oorlog; en als zij de oorlog winnen, begint de oorlog voor óns!" Hij was heel moedig, op het roekeloze af. Ik heb het meegemaakt dat hij in een Haagse kroeg een duitse soldaat op z'n nummer zette - wat met een handgemeen op straat eindigde. Hij was oersterk waar het op spierkracht aankwam, maar zijn gezondheid was niet best. Enkele jaren na de oorlog is hij in Duitsland gestorven: zijn gezondheid was niet opgewassen geweest tegen de ontberingen van de eerste na-oorlogse jaren; en naar Nederland wilde hij onder geen beding terug.

     Het slotwoord van mijn eigen oorlogsverleden was dat korte gedicht over de ondergang van het Rijk, het groot-duitse rijk waarover ook ik wel gedacht had d.w.z. met een onverdeeld Dietsland als een weliswaar niet volstrekt onafhankelijke, maar wel zelfstandige Staat - op de wijze die Tito met betrekking tot de Sovjet Unie voor zijn land had opgeëist en is blijven verdedigen, en wat Joris van Severen, als hij was blijven leven, eveneens onverzettelijk zou zijn blijven verdedigen. - Maar dat "groot-duitse rijk" ging ten onder a) door de machten van buiten af: het buiten-europese Amerika en het euraziatische Rusland van Stalin en het stalinisme nadat eerst het "thuisfront", de voornaamste duitse steden waren vernietigd en ook daardoor het duitse leger was gedemoraliseerd; b) door de vijanden van binnen, het verraad onder ons, die stomme troep die geweigerd had (met het oog op de toekomst) één sterk weerbaar front op te bouwen, maar inplaats daarvan overwegend in de weer was geweest (ook "met het oog op de toekomst"!) zich van de beste baantjes te verzekeren: dát "front", zoals ik al eerder had gezegd, van vechten met of om "koeien en stront"; c) door de onmacht van de bezetter hier zowel als elders een aannemelijke of aanvaardbare bezetterspolitiek te voeren: de bezetter handelde overwegend als overwinnaar en alsof men reeds "eigenaar" van ons land was (en dat met de nodige arrogantie); en toen d) bekend werd welke plannen de duitsers aangaande de toekomst van Nederland in petto hadden, betekende dat niet minder dan regelrecht verraad aan ons volk. - Aan déze grieven gaf ik lucht in wat het slotwoord van mijn eigen oorlogsverleden is geworden; niet ronduit, niet expliciet, dat was toen nog niet mogelijk, maar ik wilde het toch gezegd hebben - voor de verstaanders - als mijn slotwoord. 42klik voor noten


11

volgende bladzijde

laatste aanpassing: 16-08-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
aangemaakt: 16-08-2008