lijst van werken
vorige bladzijde



volgende bladzijde van Christus, Gods woord kenbaar willen maken, evenals Christus tot de ziel willen spreken, evenals Christus, met dát woord, de ziel willen wekken, – als het enige in de mens dat waarlijk bereidheid is antwoord te zijn op Gods vraag aan de mens. – Christus heeft niet in gelijkenissen gesproken en Hij heeft geen wonderen gedaan, omdat Hij de buitenkant van de mens moest aanspreken alvorens te mogen hopen diens binnenste kern te treffen, maar: ter bekrachtiging en in dienst van een woord, dat zelf niets anders was en kon zijn dan: een woord-voor-de-ziel.
Aanwezig zijn als zuurdesem in de wereld der niet-christelijke religies en culturen wil in de grond dus niets anders zeggen dan het evangelie prediken en het evangelie zijn. Niets anders in wezen. Maar nu niet meer in het bewustzijn dat de ,,heiden” reeds lang (en zichtbaar) door God werd losgelaten en aan zijn zonde prijsgegeven, maar in het diepe, levende weten dat hij, evenals iedere christen, een geliefd kind van Gods bezorgde liefde is gebleven. Het is het evangelie prediken en zijn, niet meer in het besef dat duistere en duivelse machten de religieuze ,,heiden” van het christendom afhouden, maar primair de goedheid en verheven schoonheid van zijn religie. Het is het evangelie prediken, niet meer met het wantrouwen dat het goede en zuivere dier religies door Satan en door de zonden der mensen werd en wordt misvormd, maar dat, zoals het waarheidsverstaan en waarheidsbeleven der christenen telkens weer in zijn historie onderworpen was aan de onontkoombare levenswetten van verval, misvorming, veruiterlijking, ontaarding, verduisterd verstaan etc., ook de religies der heidenen aan die levenswetten onderworpen zijn. Het is het evangelie prediken, niet meer in onverschilligheid of minachting voor het schone en zuivere en niet zelden sublieme van hun religie, maar in blijde dienstbaarheid daaraan, juist dááraan. Wij kunnen aangaande het schone waarheidsleven, in de religies der heidenen aanwezig, weliswaar nauwelijks meer dan vermoedens bezitten, schone vermoedens mogelijk, maar toch slechts vermóedens, vermoedens die ons niet toelaten als ,,voltooiers” werkzaam te zijn, – wij weten echter, dat God dit goede kent en in de mens voltooit: dat Hij voltooit wat Hij in de mens begonnen is, – als wij volgende bladzijde


204














volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 29-07-2010 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 29-08-2010