lijst van werken
vorige bladzijde



D E   B R U G


Het brugdek hief zich als een muur omhoog,
rauw, grauw, heerschzuchtig-onverschillig
tusschen de menigte, die in een rommeligen boog
dof samendromt, klein plotseling en schimmig.

Men zag de zware schuit, die laag voorbijschoof,
den romp, den mast, het roer, het drietal schepelingen,
niet t wieglend zonnespel dat langs dien muur bewoog
het lichte schuifel-glinsteren der spiegelingen.

Dit ijl en helder spel dat in het licht kwam zingen,
dat t brugdek uit verborgen donker opwaarts trok
brug die uiteendreef het bigot opdringen,
doch geurde als een bloem, die plotsling openbrak

de menigt zag het niet. Zij zag niet hoe de boot
trotsch haar voorbijvoer; hoe het bruggevaarte dalen
ging en zich weer langzaam in zichzelve sloot
over het zachte glanzend ademhalen
van t zwalpend water in de schutse van haar schoot.

De slagboom zwaait steil recht; t gepeupel jaagt
weer voorwaarts, dringt grommelend en grimmig,
het brugdek, vlak, ligt als een vloer omlaag,
stom, rauw en grauw, heerschzuchtig-onverschillig.









100





















volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 22-04-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 13-08-2011