lijst van werken
vorige bladzijde




B I J   « D E   G E V A N G E N I S W A G E N »

                                                   (teekening van Pyke Kock)

jij rijdt nog
en je rijdt ergens heen;
ik zit (weet jij waar) en wacht maar
ergens doodstil alleen.

ik zit in een dompe schuit,
om mij hoor ik geen leven;
jij kunt en jij wilt er nog uit,
mij blijft heel de zaak om het even.
ik hoor geen geratel,
ik word niet bewaakt;
ik heb geen gezel, — op het hout na
dat ’n enkele maal kraakt.

Ik zit in een wrakke schuit
die op ’t punt staat te zinken,
mijn troost is alleen wat ik ruik,
en ik ruik hoe het water kan stinken.

zoo ben ik dan toch nog beland,
o God, in een rustige haven, —
tusschen schepen lek en gestrand,
onttakeld en eender gehavend.

ik verdwijn straks naar moddere grienden,
als ik zink hoor ik borrelend water
en dan denk ik, dit pratende water
is net als de troost mijner vrienden.



52





















volgende bladzijde
inhoudsopgave




aangemaakt: 22-04-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 13-08-2011