lijst van werken
vorige bladzijde



SOMS SCHOOF NOG WEL…

Soms schoof nog wel een nevel, transparant,
een dunne mist van weemoed, tussen hem
en ’t langzaam hellend, helder-blijde land,
een ijle wâ van weemoed, die het levensveld verhulde
maar waarin ’t licht nog goudelde en fluisterde ,,wil dulden”
met zachte en betrouwbre en nabije stem.

Geen droefheid meer, – een nevel transparant
omhult kortstondig slechts somtijds zijn stillen gang,
vervluchtigt aan zichzelf, aan zijn inwendigen
en onuitblusbren brand.
Want altijd drong het licht, het zonlicht, zacht en fel
en alverwinnend door, en het bestendigde
de heldere verten weer, – hij wist het wel.

En peinzend dwaalde hij, de zinnen gretig, door hun gaarden,
voorbij der bloemen pracht, onder het hoog geboomt
en zomerzwaar gebladerte,
voorbij daaraan,
en naderde,
beschroomd,
het kleine water, ’t klaar kristal, waar hij bleef staan
en zo verwonderd, spraakloos om zich staarde, –
er is alleen het lieflijk dal der Aarde,
het veld, het gras, de hemel en de zon,
de diepe zomerstilte; boven de groene kruinen
een vogeltje dat klein en nutloos zong
en jubelde om God en aller verten tuinen.

Dit zijn geen tuinen meer, deze doorwaaide gaarden
- o kleuren-weemlend glanzen in de storm der zon –
het zijn orkesten met violen, cello’s, fluiten. cymbels en bazuinen
waartussen hoog een stem
hartstochtelijk haar lied – o laatste lied – begon.

Geen droefheid meer. Een nevel transparant,
geen nevel grijs en koud, vereenzaamt somtijds hem.
De ziel leeft stoorloos in haar zielsmuziek, licht en onaangerand,
en zij beveiligt hem,
                              Zij maakt de Aarde tot zó blijde stem ...



45





















volgende bladzijde
inhoudsopgave

aangemaakt: 09-09-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 06-03-2010