lijst van werken
vorige bladzijde



SONG OF INNOCENCE

Ik dwaal nog in de heldre morgenstond der tijden,
den schuldelozen wind, het droomloos dier verwant.
Al dit is schoner, in zijn diepe aardse vrede,
dan t altijd-arm bereiken van het schoon verstand.

Het hoge twistgeding, de droom en drift der eeuwen,
vervreemdde als de tweespalt van een laat getij,
ik ben weer in mijzelf besloten en volkomen
als t maagdelijk geboomte in t paarlend licht der Mei,

als de vervulde zomerstilte waar een vogel
eenzelvig en gelukkig zingt in t koele blad.
Er is geen weten meer. Ik werd de kennisloze,
t weer stil en overwoekerd, weer-voorwerelds pad.

Ik dwaal nog in de heldre morgenstond der tijden,
al wat voorwerelds in zichzelve bleef verwant.
Ik hoor het teder ritslen der volmaakte grassen,
ik ben mijn oorsprong weer en mijn geboorteland























41





















volgende bladzijde
inhoudsopgave

aangemaakt: 09-09-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 06-03-2010