lijst van werken
vorige bladzijde



IK WAS UW ZWARTE POORT...

,,Ik was uw zwarte poort, uw bittere vrede,
uw steen des aanstoots en uw laatste moed,
doch met de weingen die de Mijnen werden gingt gij mede,
den donkren toegang door, naar t u beloofde goed.

Doch gij vondt enkel roof. In donkere gebeden
heeft uw verbeten wee Mij veelmaals aangeklaagd,
van ontrouw Mij beschuldigd, als bedrog bestreden
de heul hem toegezegd die met Mij doolt en draagt;

Ik bleef uw foltering, doch niet meinedig
onthield Ik u - wat k slechts den blinde draag
die, gans vermorzeld, toch - o deemoed zijner schreden
zich met Mij tot de verste grenslijn waagt

Hebt gij Mij thans verstaan. O zoon, gij moet, ontledigd,
geraken waar ge t al aanvaardt en niets meer vragt,
niets, tot gij enkelvoudig, vreemd aan wat u stenigt,
leeft waar Gods Heiligen Geest alleen uw leven draagt.

Vrees niet, Ik hoorde al uw smart, Ik hoorde al uw beden.
Zie, de Vertrooster dien Ik zend, nadert met snellen spoed.
Hm heb Ik u bestemd. Hoort gij zijn lichte schreden?
Snel binnen nu ter stilt van t u beloofde goed.



















31





















volgende bladzijde
inhoudsopgave

aangemaakt: 09-09-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 06-03-2010