lijst van werken
vorige bladzijde



HET HART

God is een dronken stier,
hij rent – recht van voren –
onhoudbaar op ons in, –
wij dansen op zijn horens.

O God, bloeddorstig Beest,
uw wilde horens hakken
verwoed in vlees en geest
en slingren ons – waarheen?
omhoog het luchtruim in,
en worden nooit bevredigd.

Doch soms – alsof een levenloos
Niets plotsling U versteent –
soms blijven we aan wat takken
haken, en hange’ aan onze rug,
en rusten! – – wezenloos
in een barmhartig ledig;
tot wij opnieuw terug
in ’t scherp der horens smakken.

Wéér gaat de reis ter lucht,
God draait op volle toeren;
men zegt – zo wil Hij ons,
als ’t Lam, ter slachtbank voeren
etcetera ...

Toch beult geen God ons af,
noch het laaghartig woeden
van een ontzind gemeen. –
Het is óns maatloos hart,
dat vlees en geest doet bloeden.
God matigt zich, zodra
wijzelf ons leren matigen,
en dit is vromer dan,
het zich in God „verzadigen’’
en al die „heilge’’ smart.






29





















volgende bladzijde
inhoudsopgave

aangemaakt: 09-09-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 01-07-2010