lijst van werken
vorige bladzijde



GEDICHT

Uw stem, o ziel, u gegeven
opdat gij banden slaakt,
wat hebt gij in uw leven
van dit heilig leen gemaakt...


Wat zal ik mij zélf verwijten,
dat laatste uur voor mijn dood?
Den driesten trots van mijn spreken?
het krenken, dat zij mij verweten?
Neen dít: dat ik steeds ben gewéken –
om het weten van droefheid en nood.

Ik had als een man moeten sterven,
rechtop in mijn fonkelende haat,
doch liefde en haat zijn verraden
om een eenzaam weemoedig gelaat;
mijn diepste drift werd beteugeld
– o gloed, die toch geen verstaat –
en mijn laatste waarheid ontvleugeld,
omdat elk láátste de velen
– die deze drift niet delen –
verweesd en nog eenzamer laat.

Dit zal ik mij zélf verwijten,
dit niet meer te herstellen verraad:
dat ’k hatend zoveel haat heb verzwegen,
ook die laatste moed, die het leven
eenzaam, doch eervol maakt.

Ik sterf; en niets is gebleven
dan wroeging – dat ik allen bedroog?
néén! dat ik heel mijn leven
in al wat ik heb gegeven
tegen  m ij n  waarheid loog

o eenzaamheid der velen,
die zo zwaar, zo bitter woog ...





28





















volgende bladzijde
inhoudsopgave

aangemaakt: 09-09-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 01-07-2010