lijst van werken
vorige bladzijde



STROPHEN

Ik had den mens getooid met dien verheven luister
waarmede ít felle hart het scheppend leven kroont.
O Mens! honger en hoop in ít alom groeiend duister.
o mens, die nog de moeite van een zucht niet loont ...

                               o    o

Alles is eens vergeefs. Er volgt geen later.
In het ontstelde licht der grauwe morgen staat er,
Geschonden, naakt een boom. Het winters water
ligt wreed en leeg onder verwoeste luchten.

                               o    o

Een pad, waar geen meer gaat. Koude. Een kruis.
verzakt en aangevreten langs verwaaide wegen.
Nergens een stem, een huis.
Aan ít eind gaan wij onszelf, verwilderd, tegen.

                               o    o

De grond werd hard en scherp, en felle vrieskou tintelt
aan het weerstrevend lijf. De dromen zijn versplinterd.
De zon straalt koud. En helder-toornend tuchtigt
haar kuis, ontledigd licht. Dromen zijn Šl ontuchtig.

















25





















volgende bladzijde
inhoudsopgave

aangemaakt: 09-09-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 06-03-2010