lijst van werken
vorige bladzijde



DE BADER

De golven steigren in den stalen dageraad
en breken fonklend aan den zeekren wil der schenen.
Hij tast zijn kracht, aan t eenzaam lijf dat staat
rustig-rechtstandig in den Stormloop om hem henen.

Vrij heft de bronzen torso, met het schoon gelaat
omstroomd van zon en ruimte en ochtendlijke winden,
zich uit de branding die omlaag telkens ten aanval slaat.
Als van een jongen god is zijn glimlach, verschenen
waar witte meeuwen spelen en elkander vinden,
tussen het blauw der verten en het zilvren duin.

De golven, koud en helder, stuwen wilder, doch hij gaat.
omstroomd van zon en ruimte en ochtendlijke winden,
dieper hun branding tegen, de beminde,
het edel lichaam licht en even schuin.



























18





















volgende bladzijde
inhoudsopgave


aangemaakt: 09-09-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 06-03-2010