lijst van werken
vorige bladzijde



HEILIGE
(Oosters)

De mossen waren koel en goed, en koel
waren de voeten in het open der sandalen
als de gedachten die weleer hem zacht bevalen
de steden te verlaten, en hun voos gewoel

te ruilen voor de wouden, en den Zin te vinden
in wat daar leeft en vecht: vogel en aap en slang,
de wrede schoonheid van het wild, de kleine vlinder
die argloos zweeft, voor geen verdelgen bang.

Hier werd hij vrede. Doch zijn open blik verstilde
dieper toen hij het snelle kuise water zag
morgenkoel fonklen over ’t dier dat moorden wilde
en, langgestrekt, aanvalsgereed bij de oever lag.

Hij ving de kuise geur, de koele dauw der aarde
en wist zich éen met haar, in t Al dat ’t al bewaarde, –
hoe niets hem kon verdelgen in dién eeuwgen Dag.
























17





















volgende bladzijde
inhoudsopgave


aangemaakt: 09-09-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 01-07-2010