lijst van werken
vorige bladzijde



IK BEN...

In het ontelbaar ruisen van de bladeren
ben ik één ruisend blad en onbemerkt moment,
in het aljaarlijks kerend zomerlover
een snel vervlogen Zijn dat drie seizoenen kent,
één lente, zomer, herfst van al de vele
die worden en vergaan in aarde’s schoon torment.

Ik ben een blad dat voorjaarsstil ontvouwde
zijn nerf en vederlichte eerste tederheên,
en hoe besprongen door ’t almachtig woeden
altijd toch sterker bleef dan ’t stormen om hem heen
en, weerloos in zijn klein eenzelvig groeien.
stil en standvastig slechts zichzelve scheen …

Ik ben een blad en ruis op grote ruimten
en in mij woelt en stuwt een eeuwig levenssap
ontembaar en onsterflijk; doch kortstondig
onhoorbaar ruis ik mee, en al wat ik bezat
aan drift en blijde oneindigheden was mij
als een die dit, ook dit, als niét zichzelf, vergat …

Ik ruis verloren tussen blaadren en seizoenen,
maar nog bespeelt mij lente’s wijde wind,
ik hoor een vogel onverganklijk zingen –
een lied dat blijde en helder eindloos herbegint
om zon en verte’ en bloeien. Maar eens, later,
als herfst dit alles rooft, komt er wellicht een kind

dat even spelend met het neergedwarreld
reeds dode schone zich bevreesd bezint,
en ’t heen laat waaien naar het glinstrend water
waar het zijn reis ter verte vederlicht begint, –
o eeuwig stromend, eenzaam blinkend water,
waar ’t eindelijk, zichzelf en ’t al voorbij,
zichzelve wedervindt …








12





















volgende bladzijde
inhoudsopgave


aangemaakt: 09-09-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 01-07-2010