lijst van werken
vorige bladzijde



vorige 
 bladzijde onrecht bekennen dat de Kerk Luther, niet slechts later, na zijn dood, door de misleidende suggesties omtrent zijn persoon en het wezen van zijn strijd en leer maar tijdens zijn leven, op de beslissende uren daarvan heeft aangedaan. Het is niet voldoende dezen hervormer te rangschikken onder de groote figuren, het is plicht zijn schuld te bekennen aan de tragedie van dit leven, aan de tragedie van de hervorming. Men kan wel vol weerzin wijzen op het portret dat Cranach van Luther op zijn doodsbed maakte, maar dat Luther werd zooals hij werd, is voorzeker niet slechts zijn schuld geweest.
Evenwel, dit eerherstel, aan zijn persoon en aan zijn leer, wordt door Anton van Duinkerken niet beproefd. Déze, laatste, gevaarlijke, ernst – met al de onaangename consequenties van dien – is niet zijn ernst. Hij blijft met zijn hulde bij de peripherie van Luthers persoonlijkheid en geeft geen relief aan de grootheid die zijn leer ongetwijfeld bezat. Met het gevolg, dat Luthers leven ons slechts bijblijft als het beeld van een wilde, ordelooze eruptie en zijn leer als een ,,neening” een meening als duizend andere: een gemeenplaats. Men kan van van Duinkerkens Luther hoogstens zeggen, dat hij het goed bedoelde. Ik geloof echter niet, dat men met deze welwillendheid het recht herstelt, en nog minder, dat deze welwillendheid en haar argelooze blijmoedigheid een breuk van eeuwen overbogen kan. . . . Met dergelijke schouderklopjes bezweert men hoogstens ’n argeloos verzetje in eigen, d.w.z. in r.k. kringen.


*     *
*

Ik zei het reeds: van Duinkerken occupeert zich door- volgende bladzijde

174



















volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 23-04-2011 Copyright © 2013 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 31-01-2013