lijst van werken
vorige bladzijde



vorige bladzijde vertrouwde samenleven, het is in daad en waarheid goddelijke liefde.” „Het is een beweging van de totaliteit der levensenergie, die zich ontplooit - en daar zij levend is, gaat zij boven den dood, dat wil zeggen boven de stof uit.” Paulus’ woord: „Doch wie den Heer aanhangt, is één geest met Hem”, is zoowel de uitdrukking der opperste mystieke vereeniging als de uitdrukking van die geestesgesteldheid welke het deel was van die eenvoudigen en onvolmaakten tot wie Paulus deze woorden richtte.
Het hiernamaals is, voor den waarlijk religieuzen mensch, geen plaats van „belooning”, nog minder het oord eener eindelijk uitgewischte ongelijkheid, maar de vervulling dier liefde tot God welke het „hopen dat wij hem bereiken” impliceert. Hier, in deze wereld, kunnen wij God welhaast niet bezitten, tenzij het weinige dat ons in Christus, in Wien „de menschlievendheid en goedertierenheid van God on­zen Zaligmaker is verschenen”, geopenbaard werd, het weinige dat onze rede, als in een donkere spiegel, bevatten kan en dat den honger naar God oproept en verhevigt, op hetzelfde moment dat het dezen stilt. „Het ideaal der Menschheid is de Broederlijkheid, de Ecclesia, die den hoogsten graad van bewustzijn, de volle kennis wil verkrijgen. Het ideaal is de Kerk, die God volkomen bezit.” „Maar het leven is onvolmaakt, een wensch die altijd naar vervulling streeft.” Het verlangen naar een boven-aard­schen, volmaakten staat is alleen een verlangen naar het bezitten en kennen van God. „God kennen en liefhebben beteekent hopen dat wij hem bereiken.” Is het hiernamaals een droom, een schepping van ménschen, het is dan toch het tegendeel van een creatie van búrgers en hún ver- volgende bladzijde

84



















volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 03-02-2007 Copyright © 2013 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 25-01-2013