terug naar werken Henri Bruning
vorige bladzijde



EEN ANDER SPOOR...?

,,het patriciaat der productieven”. Ter Braak sprak eens i.v.m. het Verdinaso van ,,edel-fascisme” en hij noemde de illusie, zulk een edel-fascisme te kunnen verwerkelijken, een kinderlijke waan. Men moet dit oordeel accepteren. Het is het onvermijdelijke noodlot van elk nieuw begin slechts het naïef illusionisme en het onvruchtbaar contra te schijnen van een te verwaarlozen minderheid. De functie van zulk een minderheid is lange tijd geen andere dan een ferment te zijn, zuurdesem, een polemisch contra, verdedigster ener idee, door het zuiver houden der waarden. En dat zijn ook de Dinaso’s tijdens de oorlog, zij die waren overgegaan tot de N.S.B. en met de Duitsers samenwerkten, als hun taak blijven beschouwen. En ik geloof niet dat zij zichzelf ontrouw zijn geworden. Door de N.S.B. werden zij misprezen omdat zij haar massa-tumult als voos en toekomstloos bleven afwijzen; en door de Duitsers werden zij gewantrouwd, ten eerste omdat de meesten hunner katholiek waren, en ten tweede omdat zij Dietser waren.
    Ik kan deze passage niet eindigen zonder er nog één alinea over Van Severen aan toe te voegen.
    Van Severen was vanzelfsprekend niet blind voor de mogelijkheid, dat hij zijn ideaal niet zou kunnen realiseren: hij heeft van meetaf begrepen (en dit herhaaldelijk verklaard) dat zijn conceptie van de dietse orde en eenheid moest verwerkelijkt zijn vóór een nieuwe catastrofe zou zijn losgebarsten en anders - gezien de daarna volstrekt gewijzigde situatie - niet meer verwerkelijkt zou kunnen worden. Steeds meer moest hij dan ook voet geven aan het sombere vermoeden dat hij te laat kwam, dat de gebeurtenissen hem vóor zouden zijn, en dat ook datgene wat als voorlopige en voorbereidende resultaten bereikt kon worden, ontoereikend zou blijken voor de eisen die een nabije toekomst zou stellen. Doch dit vermoedend kon hij toch niet anders dan tot het laatste moment zijn antwoord zijn op de problematiek der Lage Landen, en zijn waarschuwing - als een woord in de wind. Ik geloof dat het zijn grootheid, en tevens zijn noodlot is geweest, dat hij van een tijdperk dat ten einde spoedt (en dan steeds in catastrofale spanningen ten einde spoedt) degene is geweest in wie nog eenmaal de voorhanden mogelijkheden van dat tijdperk


437





















volgende bladzijde

aangemaakt: 17-08-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 05-03-2010