lijst van werken
vorige bladzijde
14



O    H e i l i g    H a r t


O Heilig Hart der wereld, klein, vergeten
en hevig Hart, - hoe zoet is t, neergezeten
te zijn bij U, - U, zon en bron, nabij.
Uit U ontloken
al vormen, al veelvoudigheid van 't onveelvoudig Zijn.
Vergeten hart, warm hart, -
hoe wordt uw warme arme zij
- te schoon, te schoon - doorstoken.

Uw schaamle beeltnis hier bezeert
mij met een vreemde, onbenaambre pijn.
Dat dit misschapene het helder zijn
der aarde niet onteert, -
en uwe eenzaamheid,
o Heilig Hart, niet deert.
o Gij -
Gij volgt in diepe rust, bedwonge' in aller dingen gang,
uw onaanrandbaar plan en kent geen dwang.
U doet niets pijn,
niets toornen - hoon noch val,
noch uw vergeefs verbloeden.
Warm hart, dat wacht, en 't al
- het booze en goede -
in eendre rust omvangt
en blijft behoeden.

Alles is w˛rdende, en 't worden wordt Uw zijn,
't keert tot U weer, doch moet, ach! moet
U trouw en ontrouw en
U dwaas misvormend zijn.


























volgende bladzijde
inhoudsopgave

aangemaakt: 27-09-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 07-03-2010