lijst van werken
vorige bladzijde




als dié W e r k e lij k h e i d beleeft, bezit, bemint, kent en met waarlijk onstilbare honger altijd opnieuw weer zoekt als het eenige Leven, als de volheid en vervulling van zijn mensch-zijn?

Zonder dit inwendig, dit persoonlijk Christus- e r v a r e n wordt het apostolaat onvermijdelijk die doode, geest en ziel doodende, doel- en zinlooze bedrijvigheid waarvan wij thans voortdurend getuige zijn: die het Leven herleidt tot een lesje, tot een léér (en tot wélk een leer!), de W e g tot een wet (en tot wélk een wet!), de W a a r h e i d tot een bewijsvoering (en tot wélk een bewijsvoering!), de L i e f d e tot wat pathetiek (en tot welk een pathetiek!), en het G e l o o f tot „aanvaarden op het gezag van een ander” (terwijl het nooit de meest tastbare „wérkelijkheid”, de meest onontkoombare „zékerheid” wordt). — De menschelijke wijsheid (ónwijsheid), die het woord van den priester dan nog is, vermag, met wat pathetiek, dan misschien nog wel dat luiste in de mensch tot een dier even vále als válsche, tot een dier even vluchtige als onvruchtbare begeesteringen te wekken, maar NIET MEER DE ZIEL, DAT EDELSTE VAN DEN MENSCH, TEN LEVEN TE WEKKEN: tot een waarachtige LIEFDE op te wekken. Het woord van den priester is dan niet meer de openbaring van Gods Koninkrijk die Christus’ Liefde is, niet meer de opwekking van die Christus-liefde die ons leven moet behéérschen, waardoor wij moeten willen en handelen, waardoor onze daden inhoud en vorm, gestalte, waarde, wezen en leven krijgen; het is niet meer de openbaring van Christus’ beminnenswaardigheid die onze vreugde, onze troost, onze kracht, onze liefde en, daarmee, ons wapen tegen de wereld is, — maar het (skelet)ge- volgende bladzijde


31


















volgende bladzijde




aangemaakt: 27-01-2008 Copyright © 2011 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 15-01-2011