lijst van werken
vorige bladzijde




als een tweede Christus onder ons moest rondgaan, werd in tallooze gevallen (hoogstens; en hoe?) „achtenswaardig”: een braaf burger: „meneer” de pastoor en „meneer” de kapelaan ....

Het katholieke volk heeft nagenoeg geen priesters die het Christus’ Beminnenswaardigheid kunnen doen kennen, omdat het nagenoeg geen priesters heeft die bovennatuurlijk leven, die b e s c h o u w e n d e z i e l en zijn.
De priesters zijn „de engelen der aarde” genoemd. — Gelijk de engelen geheel en onafgebroken in de beschouwing van God leven en in deze stilten van b e s c h o u w e n slechts deze eene h a n d e l i n g verrichten (als opperst symbool van de vereeniging van beschouwend en actief leven), dat zij het ontvangen Licht d o o r g e v e n aan de lagere koren, - zoo moet ook het actieve leven van den priester, de zielzorg, zich voltrekken binnen de stilten van het beschouwende leven, want de zielzorg is niet anders dan het ontvangen Licht doorgeven aan de geloovigen. En dit beschouwende leven veronderstelt een levenslang en onalgebroken g e v e c h t: tegen zichzelf, tegen de natuurlijke neigingen die verstand, verbeelding, gevoel en geheugen verduisteren, om deze spiégels, die Gods Licht en Liefde moeten opvangen, te zuiveren tot zij al klaarder Gods Beminnenswaardigheid kennen, drinken, indrinken en weerkaatsen. Dit beschouwende leven (waaraan geen priester zich kan onttrekken) is het zichzelf heiligen waarvan Christus spreekt als Hij zegt: „Voor hen h e i l i g Ik Mij-zelven, opdat ook zij in waarheid geheiligd mogen worden.”
Dit beschouwende, in God verborgen en van God vervulde volgende bladzijde


29


















volgende bladzijde




aangemaakt: 27-01-2008 Copyright © 2011 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 15-01-2011