lijst van werken
vorige bladzijde



II

     vorige bladzijdeMen noeme deze liefde niet te snel een liefde zonder persoonlijke verdienste, want ten eerste is dat van geen enkel belang. Jezus kwam nu eenmaal niet in de wereld om voor zich ,,verdiensten” te verwerven. De liefde ziet alleen de ander. En vervolgens: de daden der liefde kunnen wel onontkoombare, onbezweerbare, niet niét-te-stellen consequenties van de eigen persoonlijkheid zijn, maar tegelijk is het liefde-zijn, de deernis met de mens, levenslang ook een schrikwekkend drama. De liefde is niet enkel een daimoon, maar ook (en dit vooral maakte Nietzsche kenbaar) levenslang diepste beproeving en doem, – waarvan her laatste woord, ,,het is volbracht”, óók te verstaan is als het tragische woord van een mens die de volheid van het lijden heeft gekend. Ook dit drama, dit levenslange kruis, kán de liefde niet weigeren (en is dus zonder ,,verdiensten”), maar het bewustzijn van dit durend in Hem aanwezige en durend door Hem aanvaarde drama kan ons er minstens van weerhouden het ,,zonder verdiensten” niet al te monter te interpreteren.
    Ook zegge men niet dat Hij, omdat Hij enkel maar handelde overeenkomstig zijn natuur, terwijl wij moeten beproeven liefde te zijn in weerwil van onze natuur, ons niets te zeggen heeft en wel allerminst als voorbeeld; en dat zich dan terecht de vraag zou laten stellen: Met welk recht legt Hij zichzelf aan ons op, met welk recht zegt Hij: Kom en volg Mij. Want wat voor ons gebod is, volbracht Hij moeiteloos. Hij is dan ook in feite iets geheel anders dan ,,voorbeeld”. Omdat Hij geheel, exclusief liefde was, daarom is Jezus het GEWETEN der liefde, en daarmee de wijsheid der liefde, de incarnatie van haar geweten en wijsheid. Alles wat Hij heeft gezegd en gedaan (en ook wat Hij heeft nagelaten) en zijn leven aanwees als middelen om het doel (,,Uw Rijk kome”) voor te bereiden. Zijn uitspraken zijn het zichzelf volledig uitspreken geweest van dit GEWETEN der liefde en daarom voor hen die Hem volgen, gezaghebbend: gezaghebbend als hoogste oordeel en als zodanig onveranderbaar, niet te negeren toetssteen en richtsnoer en zekerheid voor óns geweten. Dat is zijn souvereine betekenis voor ons reeds van zijn menszijn. Jezus is, als het geweten der liefde, niet ,,voorbeeld”, maar de weg waarop wij gaan, de weg die Jezus, als het geweten der liefde, ons wees, een weg die ieder overeenkomstig zijn mogelijkheden en op zijn wijze gaat, in vrijwilligheid, maar aan dié weg gebonden. Zijn ,,voorschriften” zijn geen geboden, maar onderrichtingen aangaande de gedragspatronen der liefde: in déze gedragingen openbaart en bevestigt zich de liefde. Niet Hij gebiedt ze, maar de liefde, en daarmee óók de liefde in onszelf, – en terecht opent Chrysostomus dan ook zijn machtig Matteüs-commentaar met het overrompelend woord: ,,eigenlijk zouden wij niet op de hulp van de H. Schrift aangewezen moeten zijn” (en Augustinus en anderen zeiden hetzelfde).
    In Jezus wordt de mens dan ook niet geconfronteerd met een eis, een goddelijk ,,du sollst” en evenmin (zoals in overeenstemming wordt geacht met Gods ,,absolute” ,,aanspraken”), met een absolute eis, een eis die de mens durend en ontredderend met zijn ontoereikendheid confronteert. Hoewel Hij God was heeft Hij van dat verpletterend gezagsargument nooit gebruik gemaakt. Integendeel, Hij heeft zijn goddelijkheid afgelegd om de staat van slaaf aan te nemen en als de geringste onder de mensen de zachtmoedige dienaar en leraar van allen te zijn. Hij eiste niet. Over zijn woord kon Hij, als het geweten der liefde, niet onderhandelen, maar met de mens heeft Hij een oneindig geduld gehad, en ook dit geduld is een imperatief – en niet de minst wrede – van het geweten der liefde. Hoewel Hij brandde van verlangen naar de Dag des Heren, heeft Hij zijn vrede reeds beloofd aan allen die enkel maar van goede wil zijn. Deze goede wil, dit geringste, is zijn enige vraag geweest aan de mens m.b.t. de weg die Hij wees, maar dit geringste vroeg Hij dan ook met onvoorwaardelijke ernst. Evenmin is Hij echter een ,,uitnodiging”; maar daarover aan het slot van dit essay. volgende bladzijde















volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 19-02-2010 Copyright © 2015 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 14-01-2015