CHRIS DE GRAAFF

BEROEP OP AMSTERDAM

Verworden stad, eens ít hart der Nederlanden,
wie doofde, tergend traag, uw laaie vlam,
wie waagde ít zoo veel fierheid aan te ra(n)den?
Herken uw tegenstander, Amsterdam!

Uw volk sloft, half versuft en half verwilderd,
langs straat en gracht met norsch gekromden rug,
maar eens heeft Rembrandt voor dat raam geschilderd
en BreÍro vond zijn liefste bij die brug.

Daar, tusschen Montelbaens- en Schreierstoren,
zag Vondel Gysbreght, hoe hij, ít zwaard ontbloot,
niet wijken wou, al wist hij ít pleit verloren,
toen om uw val hij haakte naar den dood.

Ginds groette Barendsz., schijnbaar onbewogen,
uw laatsten gevel voor de laatste maal,
De Ruyter, als jongmaat naar zee getogen,
is hier voor goed geland als admiraal.

VenetiŽ en Lissabon benijdden
uw kracht, door Londen en Madrid gevreesd,
sinds ít Zuiden wreed van ít Noorden werd gescheiden
is Vlaandrens blik op u gericht geweest.

Wie heeft uw taal ontmand, uw lach ontluisterd,
wie knotte ít zwaard, wie kreukte vlag en faam?
Op alle hoeken van uw straten fluistert,
terwijl gij zwijgt, verbitterd volk zijn naam.

Opdat uw kinderen weer fier elkander
in de oogen kunnen zien, spreek eindlijk recht:
Ontmasker, Amsterdam, uw tegenstander
en noem zijn naam ten vonnis: ĎJodenknecht!í


31























aangemaakt: 19-07-2009 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 23-10-2011