lijst van werken
vorige bladzijde



V R O U W

Zij sluimert waar het eenzaam wakend maanlicht
onhoorbaar naast haar in de kamer staat –
spookachtig, zoo als eenmaal elk vergaan is.

Is dit nog zónlicht. – Zie, als uit een God-verlaten,
verwoest hiernamaals dwaalde
zijn starre pijn nabij dit zacht gelaat.

O nacht waarin het bang, doodstil op aarde staat
en zich bezint, en dan ten laatste langzaam,
van eigen leegte moe,
van deze wereld wegdwaalt.

Menschen ontwaakten in zijn koude glinsteren
en huiverden;
op aarde zwerft de roep der dieren
onrustiger, de zwarte grassen ritselen,
en het verlaten water drijft
als ijs door dit verwoeste licht
dat als de hel dood en onvruchtbaar blijft.

O morgen-wereld
toen dit licht
nog zonlicht was,
een hoog alom verblijden, toen de boomen
waaiend in zijn stralen stonden opgericht
en de rivieren juublend in zijn klaarten dagwaarts stroomden.

Is dit nog zonlicht. – Hoeveel zomers,
hoevele vreugden, teederheden, droomen
zijn in dit licht vergaan.




23





















volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 17-08-2008 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 28-06-2010