lijst van werken
vorige bladzijde



vorige bladzijde Enkele oogenbukken krioelden hun pooten en ruggen en koppen in het licht dat uit een winkeltje over straat viel. — Na een kleine stilte, waarin de straat leeger en grijzer leek, zette een colonne van stommelende, loggere koetjes de nachteljke pastorale voort. Het doffe korte loeien was nog lang in den nacht hoorbaar. — In het abattoir aan den rand van de stad stroomde en stroelde dag en nacht hun bloed, rood en warrn, als een eeuwig-durende kindermoord.
    Toen het weer stil werd, zag Yoe-Iin een zwarten tak weerbarstig kromgetrokken. De nacht en de wind waren wijd en helder, en koel en geurig als een kinderlijfje; het was of je de zaden rook die nu overal openbraken. — Zijn kleine pezige hand omklemde het koude raamkozijn; de onstuimige lentes van Tatoeng doorvoeren hem met een wild, hongerend geluk.

    Heel in de verte zong nog, ijl en stil, de pastorale der dravende paardjes. Doelloos zijn, en dulden...
    Op dat oogenbuk doofde de lamp in de diepe zwarte schacht, en de tent bleef achter als een slap en vaal gevaarte Verzonken als de laatste kathedraal tusschen de skyscrapers van Manhattan: grijs, dwaas, doelloos.
    In de kamer beneden hem begon Joseph onhandig Mozart te Spelen.


3

    Toen Yoe-lin den volgenden ochtend in de lift stapte, stond Jeanne plotseling tegenover hem. Een oogenblik — hij verhinderde het niet — drongen zijn oogen dieper in haar klare stilte. Zij glimlachte zoet verschrikt; een zacht waas schoof voor haar oogen.
    Over de gangen waar zij langs gleden stroomde het uitbundige voorjaarslicht door de open vensters. Licht en donker wisselden te snel. Hij hardde de spieren van zijn beenen; voelde zich omlaaggezogen in een nauwe, nauwe schacht. Een motortje zoemde kinderlijk, neuriede een gonzend liedje. Met een zacht schokje stond de lift stil op den beganen grond.
    Rank en schoon verdween zij, de zon om hoofd en schouders. Hij zag haar na; een zwerm joelende musschen stoof langs zijn voeten en verdween in den stralenden dag.
    Hij verweerde zich niet, Door zijn hart sloeg een golf van jong en jubelend geluk. volgende bladzijde





58





















volgende bladzijde
inhoudsopgave



aangemaakt: 22-01-2007 Copyright © 2010 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 08-03-2010