lijst van werken
vorige bladzijde



mijdelijk gesteld zullen worden; zij scheppen niets waardoor wij gelijkwaardig worden; zij her-scheppen ons niet als volk. Wij komen hopeloos en reddeloos achterop, wij worden een quantité négligeable en wij hebben dan weldra ons spel in de historie gespeeld, ten éinde gespeeld. Indien ook wij niet, gericht, vernieuwd, bezield en met klaarzien­den blik op het niveau van dit tijdsgewricht staan, blijven wij achter, en als alle achterblijvers zullen wij wegzinken, mokkend dan en onmachtig, in het moeras der vergetel­heid. Ons redt (en rest) slechts een volledige en uiterste ontplooiïng van al die krachten waarover God een volk de beschikking heeft gegeven, en waarover Hij het de be­schikking gaf opdat het deze zou ontplooien en zich zijn gestalte, de hoogste uitdrukking van zijn wezen veroveren, en daarmede zijn bestemming realiseeren zou. Datgene wat der volkeren levensplicht is, is thans voor ons bittere noodzakelijkheid geworden: een kwestie van zijn, of niét-­zijn 1).

*
*    *


    Dit is een tijd van concrete en complete visies — ver van de ééndagsberekeningen die alleen maar ééndags­constructies in het leven roepen, constructies zonder per­spectief, zonder ruimte, zonder gerichtheid, zonder iets dat het beste van den mensch activeert en de besten van een volk bezielt en samenvoert. Dit is een tijd, waarin de volken van Europa zich hernemen, terugkeeren tot hun plicht als volk, tot hun historische opdracht, tot hun re­den van bestaan, tot die grondwaarheden welke de voe­dingsbodem van het volkerenleven zijn — tot de eenige schoone eerzucht ook. Het burgerlijk tijdperk, het tijdperk der klein-zielige verdeeldheden, van een uitgedoofd of verdofd gemeenschapsbewustzijn en een vernielden ge­meenschapswil, van volksvernederend partijpolitiek ge-


    1) Voor den ,,vereischten Zusammenklang met Europa’s continentaal bestel” moeten wij dus nog iets anders, moeten wij zelfs veel méér en ook iets essentieelers verstaan dan ,,elkaars sociale, economische en finantieele taal” ,hetgeen Groeninx van Zoelen, blijkens zijn hierboven reeds geciteerden ,,Open Brief”, voldoende acht.


29





















volgende bladzijde



aangemaakt: 07-01-2007 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009