lijst van werken
vorige bladzijde



1

    Men behoeft niet zoo heel ver door te denken om te beseffen, dat ,,aanpassen” een laatste, vergeefsche en gevaarlijke illusie zal blijken, en om den argeloozen ernst, waarmede pogingen in die richting ondernomen worden, met ernstige bezorgdheid gade te slaan.
    Het is duidelijk (normaal zelfs), dat de leiders van het verleden zich niet voetstoots, zich überhaupt niét aan een nieuwe orde gewonnen geven. Men geeft zich nu eenmaal niet gewonnen, en stellig niet in drie, vier maanden, aan iets dat men niet begrijpt, en dat men niet begrijpt omdat alles, wat onze denkrichting levenslang vreemd is geble­ven, jaren van aandacht eischt alvorens men er iets van gaat verstaan, en nogmaals jaren voor men dit nieuwe als een persoonlijk eigendom veroverd of als een nieuwe overtuiging in bezit genomen heeft. Normaal en logisch is, dat de leiders van het verleden, gedwongen te aanvaarden dat hun verleden voorbij is en onmachtig ook zich te hernemen, op zijn best een orde willen realiseeren die zich ,,aanpast”: zich aanpast aan het nieuwe zonder dit nieuwe te zijn, ja, die zooveel mogelijk nog het oude is - zij het dan achter veel vertoon, dat anders suggereert. Dit is, zeg ik, normaal en logisch; ik zeide tevens, dat dit een laatste vergeefsche én geváárlijke illusie zal blijken.
    Men past zich aan, d.w.z. men wil, dat ook het volk zich aanpast aan de gewijzigde omstandigheden. Dit zou prachtig zijn als die nieuwe Europeesche ordening, waar­aan men zich in feite aanpast, niets zou aantasten van het­geen degenen, die een volk uitmaken, dierbaar is, als die nieuwe ordening geen groote óffers zou vergen. Maar die nieuwe orde eischt tallooze offers, materieele en gees­telijke, en deze laatste juist van degenen die zich moeten ,,aanpassen”. - Wanneer is een volk tot offers bereid?


3





















volgende bladzijde



aangemaakt: 07-01-2007 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 15-12-2009