lijst van werken
vorige bladzijde




vorige bladzijde rend, doch gij, inplaats van Christus te bidden, dat hij ook mij ziende maakt, mompelt enkel: hoogmoed, hoogmoed.

C i s t e r c i ë n s e r :

(met oprecht leedwezen): Om woorden waart gij nooit verlegen, en dat zijt gij ook thans niet. Doch dit verschrikkelijke feit staat vast, dat gij de liefde weigert van de Kerk, die u met al haar genadeschatten tegemoet snelt, als... als...



V ij f d e T o o n e e l :


Tuin bisschoppelijk paleis te Assisi; twee tuinlieden, jonge krachten, bezig met harken bij twee verwaarloosde grafheuveltjes.

3 d e   T u i n m a n :

Eigenaordig, eigenaordig — onze voorgangers liggen onder den grond, en wij harken weer over dien grond.

4 d e   T u i n m a n :

En binnenkort harken ze weer over ons. (na stilte): Kijk, nu harken we over de punt van hun neus.

3 d e   T u i n m a n :

(schaapachtig grinnikend): Als ze tenminste niet met hun neus naar beneden liggen, haha.

4 d e   T u i n m a n :

In dat geval krabben ze zich dan eindelijk eens achter de ooren. (beiden lachen, 3de onbedaarlijk): Tja, tja, zij hébben geharkt, en wij harken alsnog. Ik hark, ik zal harken, en eens zal het zijn: ik heb geharkt. ,,Eigenaordig’’, alles kan ik zeggen, maar ,,ik heb geharkt’’ zal ik niét kunnen zeggen. Dat doen we tot onzen dood. volgende bladzijde


141





















volgende bladzijde
inhoud




aangemaakt: 10-06-2002 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009