lijst van werken
vorige bladzijde




C i s t e r c i ë n s e r :

vorige bladzijde Ik wilde u niet kwetsen.

E l i a s :

Neen, uw opmerking is alleen waar. Mijn heerschzucht richtte Rivo Torto te gronde.

C i s t e r c i ë n s e r :

(na stilte a.b.): Ik beproef niet u op tegenspraken te be­trappen, maar het verbaast mij, dat gij hebt kunnen zeggen, dat gij door twijfels verteerd wordt.

E l i a s :

(zichzelf tot spreken dwingend): Indien ik nog iets gelooven kan, wil ik hetgeen ik u zeide als waarheid gelooven. Doch geloof ik nog...? Ik ben teruggekeerd naar het begin van mijn leven, doch ik bezit het slechts als een con­clusie van het verstand. Nochtans, déze waarheid wil ik leven, want zij schijnt mij het eenige goede leven. Ik leef haar, maar aan de genaden van dit leven, aan de vreugden en het geluk van die eerste paradijselijke jaren met Fran­ciscus heb ik geen deel. Ik leef dit ,,goede leven’’, maar in­wendig ben ik als een uitgebluscht vuur, een beroofde, een doode. Dit is misschien mijn straf, omdat ik eens den eeni­gen goede van het leven beroofd heb. Zoo wil ik het verstaan — en aanvaarden.

C i s t e r c i ë n s e r :

Elias, gij die zoozeer van goeden wil zijt, gelooft gij niet, dat u de vrede en het geluk, waarnaar gij zoozeer haakt, wederom geworden, als ge eenmaal weer in het genadeleven der Kerk zijt teruggekeerd?

E l i a s :

Ik heb u alles gezegd, en nog hebt gij mij niet verstaan. volgende bladzijde


137





















volgende bladzijde
inhoud




aangemaakt: 10-06-2002 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009