lijst van werken
vorige bladzijde




vorige bladzijde elke zegepraal voorbij — om enkel... enkel het goede leven te zijn. Elke liefde verbergt een haat, maar de zuiverste waarheden zijn die, welke wij haten; zij zijn die goddelijke, waartegen onze menschelijkheid in opstand komt.

C i s t e r c i ë n s e r :

(na stilte): Uw vrome denken bevat veel waarheid, zeer zeker, en waar gij spreekt over onze kleingeloovige beduchtheid voor Christus’ werkelijkheid, val ik u geheel bij. Doch als men — gelijk ook gij, gelijk ook gij destijds; misleid u toch niet — als men om Christus de zegepraal der waar­heid begeert...

E l i a s :

(a.b. met triesten, berustenden glimlach): Om Christus, zegt ge... Doch wij, menschen, begeeren de zegepraal der waarheid steeds om onszelf; wij begeeren haar zegepraal, omdat wij de vernedering vreezen nutteloos met haar te moeten ondergaan. Wij verlangen zélf voort te leven — voort te leven in de schepping van een nieuwe wereld; daartoe dient ons de waarheid; daarom zinnen wij op dingen, waarover Christus nooit gedacht of gesproken heeft. — Ja, inderdaad, wij zinnen op te schoone droomen... — Léven wij echter voort? (zacht, triest): In de werkelijkheid, welke wij in het leven roepen — die beschamende bespotting van onzen droom — is het schoonste van onszelf reeds lang ondergegaan. Altijd eindigen wij met den dwaas te zijn, dien wij weigerden te zijn, toen wij den strijd begonnen. (na stilte, peinzend): Assisi... Assisi... Jaren geleden heb ik de kerk, die het beeld en het begin moest worden van een nieuw tijdperk der christenheid, nog eenmaal weergezien. Zij, die de eeuwen moest trotseeren, trotseert deze nu, ach ja, maar als welk een ijdel fantoom? Als een misleidende schijn voor een zeer armelijke werkelijkheid. volgende bladzijde


130





















volgende bladzijde
inhoud




aangemaakt: 10-06-2002 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009