lijst van werken
vorige bladzijde




vorige bladzijde gehandhaafd was, thans geheel Franciscus’ werk tot het verleden zou hebben behoord?

E l i a s :

De liefde, zei ik u, is vaak een vorm van haat.

C i s t e r c i ë n s e r :

Zoo ook uw groote ijver voor het heil der Orde?

E l i a s :

(zacht): Inderdaad... inderdaad... (na stilte): Wij bemin­nen een waarheid om een andere waarheid met meer recht te kunnen verwerpen... Wij beminnen de glórie van Chris­tus, omdat wij het Rijk Gods in de gedaante van een vernederde en nochtans nederige slavin haten. Wij beminnen Christus als het Léven, en Christus in deze wereld verheer­lijkt, omdat wij het schandelijke sterven van Christus buiten de poorten der menschengemeenschap niet als de eeuwige realiteit van datzélfde Leven aanvaarden durven. Wij beminnen het recht van Christus’ heerschappij over de wereld, doch wij haten een Christus, die zich aan dit recht niets gelegen laat liggen, omdat hij slechts zijn bittere plichten wil kennen. Wij beminnen de waarheid als een mogelijk­heid onze schoonste droomen, d.i. onszelf, d.i. onze ziel, te realiseeren, doch wij verwerpen haar als zij zegt, dat wij onze ziel moeten haten, en met een nederigen glimlach aan onszelf, aan onze schoonste droomen voorbijgaan. Zoo haatte ik Franciscus, den eenigen mensch nochtans in wien ik geen bedrog heb gevonden, en beminde ik de Orde; zoo haatte ik Rivo Torto, dit kleine, kortstondige paradijs van eenvoudige goedheid en dienstbare vergetelheid, en beminde ik de glorie die Assisi moest worden. — Franciscus echter volgde een waarheid die zijn ziel moet hebben gehaat want hij ging aan elken droom, aan elk recht, aan volgende bladzijde


129





















volgende bladzijde
inhoud




aangemaakt: 10-06-2002 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009