lijst van werken
vorige bladzijde




E l i a s :

vorige bladzijde Ik leef het eenige, dat ik als waarheid zou willen bezitten...

C i s t e r c i ë n s e r :

(na stilte): Spreken wij op deze wijze niet overheen een stilte, die elk treffen onmogelijk maakt?

E l i a s :

Staat deze stilte niet altijd tusschen ons menschen?

C i s t e r c i ë n s e r :

(glimlachend): Toch geef ik den moed niet zoo spoedig op! (na stilte): Mag ik dan spreken over datgene, waarvoor ik u heb willen bezoeken? — Nogmaals, het verheugt mij zeer, dat gij mij hebt willen ontvangen. (na eenige aarze­ling): Het zal u wel niet verwonderen, te hooren, dat er nog altijd velen zijn, die zich met u bezighouden. Gij zijt nog niet vergeten! Ook Rome vergat u nooit. De H. Vader heeft uw partijkiezen voor den keizer destijds zeer be­treurd, evenals alles wat sedertdien — zijnerzijds — moest geschieden. Des te meer verheugde het hem daarom te vernemen, dat gij u uit den keizerlijken dienst had teruggetrokken. En met nog grooter blijdschap vernam hij, dat zij, die zoo langen tijd uw leven deelde, zich uit de wereld had teruggetrokken om een Gode welgevallig leven te lei­den. En gijzelf, zoo vernamen wij, wordt door uw medeburgers algemeen geacht wegens uw smetteloozen levenswandel, uw bescheidenheid en dienstbaarheid. Dit heeft ons allen in hooge mate verblijd. — Toch gelooft de H. Vader niet, dat dit het einde kan zijn van Elias van Cortona; dat Elias van Cortona, die steeds den moed bezat tot de laatste consequentie, thans halverwege zou kunnen blijven staan. volgende bladzijde


124





















volgende bladzijde
inhoud




aangemaakt: 10-06-2002 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009