lijst van werken
vorige bladzijde








NASPEL



V i e r d e T o o n e e l


vorige bladzijde Vele jaren zijn verstreken. Klein, armoedig vertrek. Elias, sterk verouderd, toch met iets jeugdigs nog en zeer rustig; tegenover hem, eveneens gezeten, CisterciŽnsermonnik, on≠geveer van denzelfden leeftijd; de monnik is zoo juist binnengetreden.

C i s t e r c i Ž n s e r :

Het verheugt mij oprecht, dat ge mij hebt willen ontvangen. (als Elias zwijgt): Verwondert het u mij hier te zien?

E l i a s :

(vriendelijk): Men verwondert zich niet zoo snel meer, als men ouder wordt.

C i s t e r c i Ž n s e r :

Het bedroeft mij, u zoo eenzaam te hooren spreken.

E l i a s :

(a.b., afwerend): Gij komt van Rome?

C i s t e r c i Ž n s e r :

(snel): Niet nŗmens Rome. Dit bezoek was mijn persoon≠lijk verlangen, reeds langen tijd, al vond mijn voornemen bij den H. Vader veel instemming. ó Koestert gij nog gevoelens van wrok? volgende bladzijde


122





















volgende bladzijde
inhoud




aangemaakt: 10-06-2002 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009