lijst van werken
vorige bladzijde




vorige bladzijde fenis van onze zonden krachtens een goddelijk noodlot, dat ons zwak de wereld in zond. Ik verkondigde: God heeft ons alles vergeven, laten ook wij elkander vergeven. Waar geen schuld is, is geen schuld. (kruis te voorschijn halend): Hij... Hij is voor ons allen gestorven. Hij is mijn meester en zaligmaker! (bij het zien van het kruis zoeken de beide andere idioten wantrouwig tusschen hun kleeren)

2de en 3 d e   I d i o o t :

(achterdochtig mompelend): Is dat mijn kruis? Heeft-ie mijn kruis? (halen tegelijk eenzelfde kruis tusschen hun kleeren te voorschijn; zijn weer gerustgesteld, doch luis­teren misprijzender)

1 s t e   I d i o o t :

Alles is goed zooals het is, laat ons blijde zijn. Ik zondig uit zwakheid en volbreng de Wet die in het vleesch is. Ik doe wat ik niet wil, gij doet wat gij niet wilt, laat ons, hoewel bedroefd, toch blijde zijn. Als stervenden, en zie wij leven; als niets hebbend, en toch alle ding bezittend! Zijn wij wat wij zijn, want dit te aanvaarden is onze ne­derigheid.

3 d e   I d i o o t :

(tot 1sten): Viezerd.

1 s t e   I d i o o t :

(na stilte, met doffe berusting): Alles is vies... Vonnis echter niet... Onze zonden zijn kuisch, kuisch bij het god­delijke... De Kerk... Alle zonden heeft zij bedreven, doch over geen zonde heeft zij ooit berouw gehad, ook niet over de afschuwelijkste, die zij bedreven heeft. Onze vreugde is een treuren bij de wateren van het vernielde Babylon.

2 d e   I d i o o t :

(na stilte): Toch geloof ik, dat je je ,,waarheid’’ te veel volgende bladzijde


106





















volgende bladzijde
inhoud




aangemaakt: 10-06-2002 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009