lijst van werken
vorige bladzijde




vorige bladzijde ming — en dit kan Europa en ook de christenheid slechts ten goede komen.

B r.  E l i a s :

Ja, misschien is uw strijd de eenige nog, die toekomst heeft... Het is moeilijk geworden nog in het goede resultaat van iets anders te gelooven. — Ik houd van uw visie, zooals ik ook uw geheele persoonlijkheid bemin. Gij houdt het hoofd koel. Gij wilt gelooven, dat Rome inderdaad meent den goeden strijd te strijden. Het is ook mijn overtuiging, dat Rome zulks oprecht meent. Ik wéét, dat het zelf niets méér verafschuwt en veracht dan die corrupte legeraanvoerders en hun aanhang, die het, om wille van zijn strijd en om erger te voorkomen, in zijn nabijheid moet dulden. — Deze visie is mij liever dan het geschetter, dat Rome de groote hoer is, dat het einde der wereld op handen is, of, gelijk die Joachim meent, dat met hem en zijn gezellen het rijk van den H. Geest op komst is. Ook in dit opzicht heb ik Franciscus’ houding steeds bemind: hij heeft zich van dat gebral altijd ver gehouden. Voor mij is dat ,,profetisch’’ geschetter niet meer dan het loos alarm van gedesequilibreerde geesten. Dát hoeft Rome allerminst te duchten. Men onderschat Rome’s macht wel eenigszins, als men meent er met woorden tegen te kunnen stormloopen. — — Ja, misschien is de strijd van den keizer de eenige nog, die zin heeft, die op den duur zuiverend kan werken... Kon ik hopen, dat hij ook mijn strijd nog eens ten goede komt... (na stilte): Maar kom, het is reeds laat geworden.

J a c o b u s :

Moet gij weer heengaan, broeder Elias?

B r.  E l i a s :

(bij het raam, naar buiten starend): Ziet ge, hier, op deze hoogten, hangt nog een schijn van licht, — maar in de dalen volgende bladzijde


101





















volgende bladzijde
inhoud




aangemaakt: 10-06-2002 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009