lijst van werken
vorige bladzijde




vorige bladzijde Innocentius niet moede werd te herhalen, zich verhoudt tot de pauselijke als de maan tot de zon, waaraan zij haar licht en haar luister ontleent. Maar die suggestieve vergelijking is toch onzuiver; en practisch is zij een misleidende verde­diging van machtsbevoegdheden, die den paus niet rechtens toekomen. En toch, het klinkt zoo schoon: zon en maan, maan en zon, paus en keizer, keizer en paus! Doch wat verzwijgt die beeldspraak en doet zij ,,fraai te niet’’? Dit: het geheel éigen doel van den wereldlijken gezagsdrager. Dit doel is het natúúrlijk welzijn van den mensch. Dit dóel nu van zijn macht is zijn licht, het licht waarnaar hij handelen moet, en zijn gehoorzaamheid aan dit doel is zijn eenige luister — zooals de luister van de pauselijke macht de gehoorzaamheid is aan ’t eigen doel van dié macht, nl. het godsdiénstig heil van den mensch.

B r.  E l i a s :

(a.b.; meer sprekend om den ander niet teleur te stellen): Inderdaad, hun beider doel begrenst en scheidt hun beider macht. — Het schept hun beider souvereiniteit, en hun beider gehoorzaamheid.

J a c o b u s :

(a.b.): De gehoorzaamheid van den keizer aan hetgeen het doel is van zijn macht, is tevens zijn onderworpenheid zoowel aan het volk als aan den paus. Volk noch paus kan van hem, als vorst, iets anders eischen dan deze diensthaarheid aan het eigen gezagsdoel. In rang van een lagere orde, is de vorst toch geenszins een planeet, die zijn licht ontvangt van een andere planeet, den paus. Het keizerlijk gezag is een planeet, die zélf licht is. — Men behoeft deze onderscheiding niet te kennen om reeds instinctief te beseffen, dat een paus, die eischt, dat hij ook op tijdelijk gebied als de souvereine gezagsdrager zal worden erkend, zich volgende bladzijde


99





















volgende bladzijde
inhoud




aangemaakt: 10-06-2002 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009