lijst van werken
vorige bladzijde




vorige bladzijde zuster Clara voor hem gebouwd had. Hij lag daar ziek, blind, ontgoocheld, stervend, reeds, en geheel alleen; en des nachts kropen zwermen muizen over zijn legerstede en over zijn lichaam en martelden hem, doch hij kon zich met niets verweren. En zoo lag hij daar, in dien dubbelen nacht, alleen en stil als een doode, als in een donker graf.

B r.  L e o :

(als Elias zwijgt): Elias...

B r.  E l i a s :

(als ontwakend): Stil... Het klooster is welhaast gereed... Het is schooner geworden dan ik ooit verwachte. Wit en stil, als een fonkelende edelsteen, rijst onze bouw boven de dalen van Umbrië in heel zijn smettelooze glorie. - Maar ik leef erin, als in een prachtig graf,een levende doode. Ik heb mijn broeders evenmin geleerd als Franciscus. Ze loopen door mijn gangen als pronkzieke vrouwen. En zoo zelfvoldaan als ze in mijn schepping huizen, zoo zelfvoldaan tronen ze in hun ,,nederigheid’’, in hun theologie, hun wetenschap, hun ,,mystie’’, hun ,,heiligen’’ ijver, in heel hun ,,navolgen’’ van Franciscus. Ze zijn iets, éindelijk zijn ze iets. Het is of hun oogen mijn wanden slechts bezoedelen. Hun blikken en gedachten krioelen dag en nacht over me heen als het ongedierte over Franciscus lichaam. Zie daar mijn ,,volgelingen’’. Ziedaar het resultaat van wat het begin moest worden van een nieuw tijdperk in de geschiedenis der christenheid.

B r.  L e o :

Broeder Elias, teleurstelling houdt uw blik verduisterd... Gij ziet de eenvoudige goedheid niet meer van hen, die u volgden. De goedheid der menschen toch is, dat zij het goede willen; hun hulpelooze goedheid moeten wij dienen, altijd dienen, zonder ooit te vragen... volgende bladzijde


91





















volgende bladzijde
inhoud




aangemaakt: 10-06-2002 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009