lijst van werken
vorige bladzijde




B r.  E l i a s :

vorige bladzijde (beheerscht, doch nadrukkelijk): Inderdaad, inderdaad, broeder Mattheus. - Van Franciscus’ lichaam afscheid ne­men, is tevens Franciscus’ vaak ontroerende argeloosheid voor altijd vaarwel zeggen. Want wat kenmerkend was voor zijn persoonlijkheid, is tevens ook het onherhaalbare. En wat schoon is bij hem, is als nabootsing dom en onverdra­gelijk. Met Franciscus nemen wij van veel afscheid, dat ons dierbaar was, echter om het meest wezenlijke meer dan ooit trouw te zijn. En hoe nederiger wij aanvaarden, dat het vele goede, dat wij thans in onze Orde aanschouwen, gedragen wordt door datgene wat in Franciscus persoonlijk­heid onherhaalbaar is, des te scherper beseffen wij ook, dat het onze plicht is dit onherhaalbare, na zijn heengaan, te vervangen door andere zaken, die dit goede in stand houden.

B r.  J o a n n e s :

(als allen zwijgen): Broeder Elias, broeder Elias... wel fraai doet gij Franciscus’ woord te niet...

B r.  G a b r i e l :

(heftiger): Neen, broeder Joannes, thans weten wij, waar­door broeder Elias bezield wordt, en dat hij een trouw zoon van Franciscus is.

D e r d e T o o n e e l.

Ander vertrek in paleis van bisschop Guido; Franciscus te bed overeind zittend, door kussens in den rug ondersteund; broeder Leo, bij hem gezeten, broeder Rufinus staande; later br. Elias.

F r a n c i s c u s :

(als Fr. langer aan het woord is, spreekt hij vrij snel; met zachte en toch heldere stem): Broeder Rufinus, wilt gij zoo vriendelijk zijn broeder Elias te verzoeken bij me te ko- volgende bladzijde


38





















volgende bladzijde
inhoud




aangemaakt: 10-06-2002 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009