lijst van werken
vorige bladzijde




vorige bladzijde verlang dit. Rome echter hoopt hiermede aan onze ménschelijkheid tegemoet te komen, een scherpen kant van Franciscaansch leven weg te nemen; ik echter wil, ook op deze wijze, juist een leven dat onze menschelijkheid niét tege­moet komt, beter mogelijk maken. Zie, broeders, misleid nu door deze uiterlijke overeenstemming, meent Rome, dat ik de aangewezen persoon ben om een gematigder vorm van Franciscaansch leven door te voeren. Ik moet dit mis­verstand laten voortbestaan — om mijn doeleinden te berei­ken. Franciscus spreekt namelijk niet graag met mij sedert hij vreest, dat ik zijn ideaal belaag, doch naar kardinaal Hugolinus luistert hij met die nederigheid en bereidwillig­heid, welke hij steeds voor elken priester aan den dag legt. Wat rest mij dan, die geen priester, doch slechts leeke­broeder ben? Dit: Hugolinus met raad en daad bijstaan wat betreft zijn ideeën aangaande de uitwendige structuur der Orde en, aldus, mijn ideeën, overheen Hugolinus, aan Franciscus voor te leggen en door te drijven. — Dit is mijn manier van nederig minderbroeder zijn, van nederig werktuig-op-den-achtergrond, en tevens is dit een vorm van die ,,vrome listigheid", waarmede men dezen engelachtigen mensch, helaas, bestrijden moet. Mijn houding schijnt wei­ig oprecht, doch zij is slechts een eenvoudige dienstbaarheid aan het ideaal, een dienstbaarheid, waaraan weinig eer, maar des te meer vernedering verbonden is. Thans be­lastert men mij, omdat ik tegen Franciscus schijn te strij­den; later, omdat blijken zal, dat ik de Orde evenzeer tegen Rome in bescherming heb genomen, en dit zal blijven doen...

B r.  M a t t h e u s :

(aarzelend): Vindt ge niet, broeder Elias, dat dit alles wel zeer verschilt van den vromen eenvoud, waarmede Francis­cus steeds gestreden heeft? volgende bladzijde


37





















volgende bladzijde
inhoud




aangemaakt: 10-06-2002 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009