lijst van werken
vorige bladzijde




vorige bladzijde zijn beperktheden heeft: dat hij, hoe lichtend en openba­rend hij in sommige zaken onderscheidt, op andere punten slechts fantomen najaagt. Hoe lang heeft hij zich verzet tegen de instelling van het noviciaat? Tenslotte stemde hij erin toe. Waarom? Omdat hij wel moest erkennen, dat dit middel minder gevaarlijk is om roepingen te toetsen, dan zijn zorgelooze opvatting, dat deze zich wel vanzelf be­wijzen.

B r.  T o b i a s :

Is het niet mede zijn overgevoelig, vaak kinderlijk gemoed, dat zich verzet: dat in elke wijziging in den vorm van zijn broederschap een aanranding van het wezen ducht? Zijn geest, vrees ik, kan het vraagstuk der Orde niet meer aan. De Orde werd te groot, en het vraagstuk te ingewikkeld voor zijn eenvoudigen geest. Dat maakt het spreken met hem zoo moeilijk, en ook zijn spreken. Dat dwong hem m.i. ook zich meer terug te trekken naarmate de tegenstel­lingen zich toespitsten.

B r.  G a b r i e l :

En wie heeft hij thans niet tégen zich: kardinaal Hugolinus, en met hem den H. Stoel; broeder Elias, dengene, dien hijzelf als overste heeft aangesteld, dien hij bewonderde om zijn gaven, en beminde om zijn vrome gezindheid — getuige de vele opdrachten, waarmede hij hem destijds belastte. En wie staat er in de Orde-zelf nog onverdeeld én zéker achter hem? Niet velen. Niet velen. — Neen, het is mijn overtuiging, dat waar Franciscus het Orde-ideaal in het leven heeft geroepen, broeder Elias degene is, die het ge­stalte en die de Orde structuur en duurzaamheid kan ge­ven. Broeder Elias moge dan niet dezelfde genegenheid bij ons oproepen als Franciscus, maar hij, die een instrument volgende bladzijde


26





















volgende bladzijde
inhoud




aangemaakt: 10-06-2002 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009