lijst van werken
vorige bladzijde




vorige bladzijde en gehoorzame zonen van Franciscus en van hen, die in zijn plaats werden aangesteld. — Zijt gij het hierin met mij eens?

B r.  A n d r e a s :

Alles, wat gij gezegd hebt, is waar. — Doch gij spreekt over een verleden beproeving.

B r.  E l i a s :

Naarmate gij deze overwint, overwint gij ook uw andere bekommernissen.

B r.  A n d r e a s :

(na stilte, moeilijk): Franciscus duldde het gaarne, dat men ook over hém... hoewel hij onzen leider was... (zwijgt).

B r.  E l i a s :

(rustig): Ja, dat men ook over hem zijn oordeel uitsprak. Inderdaad. — Spreek dus, broeder Andreas, ook over mij, úw leider...

B r.  A n d r e a s :

(a.b.): Gij hebt mij gezegd, wat ook Franciscus mij wel te verstaan gaf. Maar zoo zoet en troostvol het was, de waar­heid uit zijn mond te vernemen, zoo... vernederend schijnt zij mij vaak uit de uwe.

B r.  E l i a s :

(met lichte spot): Mocht ik het resultaat van zijn troostvol spreken aan u hebben kunnen bemerken...

B r.  A n d r e a s :

Gij spreekt over een verleden, omdat ge over het verdriet van het heden wenscht te zwijgen.

B r.  E l i a s :

(a.b.): En dat is, broeder Andreas? volgende bladzijde


22





















volgende bladzijde
inhoud




aangemaakt: 10-06-2002 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009