lijst van werken
vorige bladzijde




vorige bladzijde uw leven van beschouwing niet veel meer op het verlangen, wijsheid te verwerven dan op waarachtige Godsliefde?

B r.  A n d r e a s :

(met zachte stem): Zoo is het, broeder Elias.

B r.  E l i a s :

En gij verwiérf u veel wijsheid naar het scheen. Gij zijt in zeker opzicht een dichterlijke geest, en uw verbeelding veroverde snel en intuitief een gedachtewereld, die anderen slechts moeizaam tot de hunne maken. Gij hield dit voor Gods werkzaamheid in u. Gij voelde u bereid en in staat tot vele goede daden. Gij hield uzelf voor uitverkorener dan vele uwer medebroeders, want waart ge niet vervuld van bovennatuurlijk leven? — Doch gij leefde slechts op uw eigen natuurlijke krachten.

B r.  A n d r e a s :

(a.b.): Zoo is het, broeder Elias.

B r.  E l i a s :

Dat was de zelfmisleiding, ,,de verborgen hoogmoed’’ ook, die aan uw nederig geluk ten grondslag lag. Was het dan zoo verwonderlijk, broeder Andreas, dat een groote teleur­stelling uw deel ging worden? Er moest een oogenblik komen, dat uw geïnspireerd en gretig dwalen van waarheid naar waarheid een gevangen-zijn en gevangen-blijven zou blijken binnen de beperkte ruimte van uw natuurlijk den­ken, een rusteloos en verontrust rondfladderen in de kooi van uw menschelijke begrensdheden. De mensch echter, die op deze wijze in zichzelf wordt teleurgesteld, zoekt maar al te vaak heul bij zijn medemenschen. Zoo ook gij, die tot dan toe — vervuld van God! — met een ,,nederigen glimlach’’ aan de menschen waart voorbijgegaan... Is het niet zoo, broeder Andreas? volgende bladzijde


20





















volgende bladzijde
inhoud




aangemaakt: 10-06-2002 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009