lijst van werken
vorige bladzijde




B r.  E l i a s :

vorige bladzijde Juist. Juist. Maar laat mij u nu zeggen, wat ik reeds zoo lang mijn plicht achtte u voor te houden: uw bittere ingekeerdheid verontrust mij zeer.

B r.  A n d r e a s :

God weet, dat ik niets méér verlang, dan van mijn bitterheid bevrijd te worden.

B r.  E l i a s :

Laat mij u daarbij dan behulpzaam mogen zijn. Over­weegt gij wel eens, broeder Andreas, dat er vele broeders zijn, die én in natuurlijk én in bovennatuurlijk opzicht uw meerderen zijn? Een minderbroeder gelooft dit steeds. Ook daarom minacht hij niemand. Moet gij de oorzaak van uw tegenwoordige gemoedsgesteldheid niet uitsluitend in uzelf zoeken?

B r.  A n d r e a s :

Het is datgene, wat ook ik mijzelf steeds voorhoud.

B r.  E l i a s :

Doch waarvan gij uzelf niet kunt overtuigen...?

B r.  A n d r e a s :

De oorzaak van mijn verdriet ligt buiten mij, de oorzaak van mijn bitterheid ligt in mij.

B r.  E l i a s :

Zeg mij, zou het niet mogelijk zijn, dat uw eerste vrome ijver op een verborgen zelfmisleiding heeft berust? (als Br. Andreas het hoold opricht): Laat mij uitspreken. Waar om hebt gij u destijds bij onze broederschap aangesloten? Zeer zeker ook, omdat Franciscus’ voorbeeld u aanspoorde tot een leven van eenvoud en nederigheid. Maar berustte volgende bladzijde


19





















volgende bladzijde
inhoud




aangemaakt: 10-06-2002 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 18-10-2009