lijst van werken
vorige bladzijde



vorige bladzijde verbeelding, want in de legende, in de volksverbeelding, is deze eenzame en eenzelvig geworden mensch uitgegroeid tot een faustische gestalte, die naar den steen der wijzen zoekt. — Een andere legende wil eveneens, dat hij op het einde van zijn leven weer zeer vroom is geworden. Dit komt mij geenszins onwaarschijnlijk voor. Het schijnt mij vol­komen logisch, dat deze, in zijn diepste wezen zeer god­vruchtige natuur tenslotte door het leven, door alles wat hij had doorgemaakt, wederom rijp is geworden voor de teruggetrokken vroomheid, die hij eertďjds — er den dieperen zin niet van begrijpend, evenmin als het Vaticaan — in Franciscus had afgewezen. Maar de legende wil ook, dat hij zich, op het einde van zijn leven nog, met de Kerk verzoend heeft. Dit komt mij minder waarschijnlijk voor. Aangezien er van een verzoening met de Kerk, althans bij een figuur die zoozeer het centrum van aller aandacht moet zijn geweest, wel meer zou hebben gerest dan enkel ,,een legen­de”, neem ik aan, dat de verzoening inderdaad niet meer dan een ,,legende” is geweest — een legende, die ontstaan kon (en ingang vinden) door Elias’ inderdaad vromen levenswandel (en door een wensch toen, die de vader van de gedachte werd). Deze verzoening komt mij ook onwaar­schijnlijk voor, omdat de Kerk op de problemen van dien tijd geen, voor een figuur als Elias aannemelijk antwoord bezat, en voor een blind buigen was in dit leven nooit plaats geweest. Hij zou zijn diepste en zuiverste wezen volkomen verloochend hebben als hij zich op het einde van zijn leven blindelings gebogen (verzoend) had. Degene echter, die jaren lang een zoo volstrekte eenzaamheid durfde leven, en dat terwijl hij alles van dit leven naar zich toe had kunnen halen, is niet de aangewezen persoon om zijn diepste wezen, de trouw aan zichzelf, te verloochenen. — Dit dan ter verklaring van het slot van dit drama. volgende bladzijde


7





















volgende bladzijde
inhoud



aangemaakt: 10-06-2002 Copyright © 2009 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 17-10-2009