werken
vorige bladzijde



ZONDEN


          Zwaar en zwart geheven aan de nacht
de schedel van het dak
— verwezen
                     gekneusd
                                  dakraam staart naar straat:

̣veral die doffe raam=ovalen,
lang en stil die starende raam=gelaten,
                                         naar elkaar
in de nacht,
staren naar elkander bevangen van nacht

huivert geluidloos uit duistere verholenheid
zwarte vleemuizen=angst
Zwerven radeloze sidderingen tegen de lucht
hese
verwilderde
gil

— buigt zich omlaag
de smartlik=milde hemel die vol sterren staat.

Beven
ogen.












43



















volgende bladzijde



aangemaakt: 09-10-2000 Copyright © 2011 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 07-08-2011