werken
vorige bladzijde



VII


God, is het z?
Als stille mannegen zich buigen
over de hunkerende hulpeloosheid onzer ogen
(bevende schemer van ltijd-verre stemmen zal endelik breken:
o, n mns die n mns wil naderen):
dat t diepste van ons hart niet kn verzadigd worden,

t, God, altijd met U moet achterblijven?
U, die we nimmer zen?
                                          Gij zijt zo ver, zo ver.

We strekken onze armen in onmetelik verlangen
n mns!
en immer weer kruisigt Gij ons opnieuw op het harde
naakte kruishout onzer verlatenheid:

het mst=nabije hart blijft nog zo ver.

Wat is dat vreemd,
vrmd=wrd.

Liefde
          van mns tot mns
Dat is het niet?

O, dat het dt niet is.

Ons hart wil mr?
Mr dan! mr!
God!
          geef ons lefde!

           die ddt!
O,
dat ons hrt moet sterven.

37



















volgende bladzijde



aangemaakt: 09-10-2000 Copyright © 2011 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 07-08-2011