werken
vorige bladzijde



IV

        beklemming            staren ogen angstig
        — haveloze straten rekken zich door de nacht
        (verlichte etalages, glanzende spiegelruiten, muzieken
uit café=chantant
        en daarboven de doodskop van het dakraam grijnzend
naar de sterren):
        verloren mensen
                                   doelloze doelen
                                                             kwellen ons schuw
        — ’n hond
        drentelt door zaterdagavend=straat op en neer, schrikt,
drentelt onrustig verder — tikkelen nagels nerveus —
schrikt, aarzelt
        weet niet meer waar naar toe
        O
        HET ZWARE BLAUWE LUIEN VAN KLOKKEN
ERGENS IN ’T DONKER (WAAR? WAAR?)
                bóven ontwrichte huizen
                bóven dolende mensen: in verlichte avendstraat

        we kunnen niet helpen
        handen tasten wanhopig aan stilte
        stilte klimt hoger en hoger
        verzakken
        zinken
         — eindeloos zinkt
mens
van
mens

        ’n mond als ’n wonde
        oud            vruchteloos bloed


32



















volgende bladzijde



aangemaakt: 09-10-2000 Copyright © 2011 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 07-08-2011