werken
vorige bladzijde



DE STRAAT


Avend:
De majestaties=strakke vaart van verlichte elektriese tram:
triomfbaan door straatverdwazing;
het gebel feestelik konfetti van witte bloesems over de hoofden.
En de luide angst der stroef=krassende wielen door de
[warreling van mensen.

De wilde hartstochtelikheid van autoos:
flitsend lichtgezwaai tegen gevels en mensen:
verre beving vooruit van lichtbundels,
luide klakson=kreten snijdend door straat=daver:
onder de mensen onverwachte verschrikking telkens opnieuw.

En het gedurig gedrentel en gedrentel van kleine levens
als beekjes armoedig en armzalig:
gedurige herhaling van almaar dezelfde temaas:
lopen en stilstaan, lopen en stilstaan
en parapluutje of parasolletje:
in het smal lichtgootje onder het eeuwige duister:
tijdelikheidje van klein geluid in stilten der eeuwigheid.

Overal Christus. En de wereld angstwekkend van
[belachelikheid
en troosteloos ellendig van burgerlike zekerheid
getailleerde jassen en lakschoenen en zijen sokken
en de waanzinnige eenzaamhcid van Rembrandt
dat alle grootheid als vergeefs is.

En de maansikkel in een pover lichtsirkeltje
als een schommelende mallemolenschuit,
een leeggegeten banaanschil, of een afgebeten nagel.

14


















volgende bladzijde
inhoud



aangemaakt: 09-10-2000 Copyright © 2011 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 07-08-2011