RODE WIJZERS


        In de verlatenheid van helle boelevaar=avenden
        (strak elektries wit=licht: stilten van starende ogen):
        de waanzin:
        wankele licht=schoren onder eindeloos duister: de
ironie van zegebogen in ijdelheid;
        zelfverzekerdheid aan stuntelige tafeltjes van boelevaar=
restorants:
        warme vertrouwelikheid van veel licht.

        De liefde=vrouwen hebben àlles weggedeeld
        (levensdrang het sidderende ritme hunner ogen)
        nu ligt
        dit veracht
        leven
        verloren op vele plaatsen,
        bij vele mannen.
        Niets bleef
        : dan de benauwing hunner ijdelheid=in=eenzaamheid
        en de kerm van haar zondigheid.

        Door veel nauwe uren
        vermoeiende klim langs trappenschacht in zwijgend
toren=duister
        — eindeloze wenteling om=en=om van uur tot uur en
aldoor eender.
        Toen zij handen en ogen hadden opengehaald (driftig
wringend aan onwrik’bre tocht van wijzer=onmeedogendheid)
        en haar hart vastgeslagen aan de stalen wijzer=spits
(het wrijft een bloedspoor over alle uren):
        zij speelden het wild tremolo van zelfbespotting op
de beiaard:
        lucht=stilte is verbrijzeld!

12



















inhoud



aangemaakt: 09-10-2000 Copyright © 2011 by
R. Bruning en Th. Bruning
copyright
laatste aanpassing: 07-08-2011